06 - 51 50 77 04 redactie@haveninzicht.com

Het ontstaan van de haven

Door Muzee

Vissen, de Scheveningers doen het al vanaf de late middeleeuwen. Een haven kwam er echter pas in 1904. Tot die tijd werden schepen gewoon het strand opgetrokken. Nu beschikt Scheveningen over een zeehaven. Wat ging eraan vooraf?

Net als in andere kustdorpen, zoals Katwijk, visten de Scheveningse vissers met kleine zeilschepen met een platte bodem (pinken). Zij visten met name op platvis. Rond de tweede helft van de 19de eeuw groeide de haringvisserij en ontstond een groter type schip: de bomschuit. Ook dit schip had geen kiel, maar landde door de branding op het strand, zoals mooi verbeeld op het schilderij Panorama Mesdag.

Steurharing en pekelharing

Grofweg waren er twee soorten haringvisserij. Als de haring aan boord alleen werd gezouten en in manden aan land werd gebracht, sprak men van steurharingvisserij. Als aan boord de ingewanden en de kieuwen werden verwijderd, ook wel kaken genoemd, en de haring gezouten in tonnen aan land werd gebracht, dan noemde men dat pekelharingvisserij. Vanaf 1823 hadden havensteden zoals Vlaardingen het monopolie op pekelharingvisserij en kustplaatsen zonder haven zoals Scheveningen het monopolie op steurharingvisserij. In 1857 verviel deze bepaling en richtten de Scheveningers zich ook op pekelharing. Dit was veel lucratiever, want deze vis was langer houdbaar.

Verwoestende storm van 1894

De haringvisserij was een groot succes. In 1855 vingen de Scheveningse vissers zo’n 65.000 ton en in 1895 was dat al tien keer zoveel. De door de bomschuiten aangevoerde vis werd op het strand uitgeladen en daar ter plekke verkocht. In de winter werd niet gevist en trokken de vissers de bomschuiten hoog het strand op tot tegen de duinen om te overwinteren. Op 22 december 1894 sloeg het noodlot toe. Een hevige noordwesterstorm vernietigde een groot deel van de vloot en de reders stuurden een noodkreet naar het Haagse gemeentebestuur om de noodzaak van een haven te onderstrepen.

“Noodkreet van de reders naar het gemeentebestuur”

Nieuw type schip

Parallel aan de groei van de Scheveningse haringvisserij kwam een nieuw type schip op, de logger. Het type was al in 1856 op een Franse visserijtentoonstelling ontdekt door de destijds toonaangevende Scheveningse reder Adrien Maas. De logger was een groot en licht schip met een kiel, dat veel efficiënter was dan de zware, trage bomschuit. Vanaf 1866 begon de logger aan zijn opmars in Nederland. Door de scherpe kiel konden de loggers niet landen op het strand, maar voerden ze de haring aan in de havens van Vlaardingen en Maassluis. In 1879 waren er al 114 loggers in Nederland, waarvan er slechts 9 in Scheveningen geregistreerd waren. Na de storm van 1894 groeide het aantal Scheveningse loggers in hoog tempo en in 1900 waren er 77 in Schevenings bezit. Gezien het economische belang van de haringvisserij, gaf de gemeente groen licht voor de aanleg van de haven. Het duurde echter nog tot 1904 voor de haven uiteindelijk was gerealiseerd. Deze eerste haven was een tijhaven met een zogenaamde ‘defensiedrempel’, een ondiep gedeelte in de toegang van de haven dat diende om vijandelijke schepen buiten te houden. Vissers konden de haven alleen met hoogwater in- of uitvaren. De haven was een succes en in 1931 werd de tweede haven geopend. z

In Muzee vind je alles over het leven in, op en rond de zee: over de visserij, over het ontstaan van de badplaats, maar ook over dieren en planten die leven onder het wateroppervlak.

Muzee Scheveningen
Neptunusstraat 90-92
2586 GT DEN HAAG
www.muzeescheveningen.nl

Pin It on Pinterest

Share This

Deel dit bericht