06 - 51 50 77 04 redactie@haveninzicht.com

Schavuiten met een zilte smaak

Waardevolle spullen vind je zelden langs de vloedlijn. Hooguit wat touw, hout of rommel van strandgasten. Spullen die je in de afvalbak gooit. Geen buit die je mee naar huis sleept. Tot circa 1950 was dat anders. Strandjutters stroopten het strand af op zoek naar verloren lading van schepen en moesten in toom worden gehouden. Een nobele taak voor de strandvonder van Scheveningen. Een functie die al 120 jaar lang wordt bekleed door de familie Vrolijk.

“Het kon er hard aan toegaan”, aldus Jaap Vrolijk, tot op de dag van vandaag de officiële hulpstrandvonder van Scheveningen. Jutters – vaak gedreven door armoede – gingen ver om hun buit te bemachtigen en onderling woedde een hevige strijd. Het meenemen van aangespoelde waardevolle spullen is illegaal en strafbaar. Daarom verstopten jutters hun buit in de duinen om te voorkomen dat een ander ermee aan de haal ging of dat de politie hen op het spoor kwam. Jaap: “Mijn grootvader noemde ze ook wel: ‘Schavuiten met een zilte smaak’. Soms lieten de jutters met opzet een schip op de zandbanken vastlopen. Dan stookten ze een vuurtje op het strand waarmee ze de schippers in verwarring brachten. Die zagen het aan voor het licht van de vuurtoren en zetten daardoor koers in de verkeerde richting.”

Plunderingen door slampampers

Jaap Vrolijk beschikt over een rijk archief over de Scheveningse strandvonderij, een taak die al 120 jaar in handen is van de familie Vrolijk. Dat het er grof aan toeging, blijkt uit een brief uit 1854, van de Commissaris des Konings in de provincie Zuid-Holland aan de burgemeester van Den Haag:

 

[…] “gestrande schepen werden dadelijk door vissers en zoogenaamde slampampers met kracht van manschappen aangevallen, ontladen en van het vervoerbaar tuig beroofd en als het ware geplunderd […]

 

Vlak daarvoor – in 1852 – was in de Wet op de strandvonderij bepaald dat de burgemeester de taak had om te voorkomen dat aangespoelde spullen in verkeerde handen kwamen. Maar gezien de grote afstand tussen het Scheveningse strand en de stad zocht men een burger die de rol van strandvonder op zich kon nemen. Zijn taak: het afvoeren en opslaan van de aangespoelde zaken, het opsporen van de rechtmatige eigenaren, het verkopen van de niet afgehaalde goederen en alle administratieve taken die daarbij komen. 

Al vijf generaties lang een nobele taak voor de familie Vrolijk…

Gedelegeerde taak

Wie kon men zo’n belangrijke taak toevertrouwen? Dat bleek nog niet zo eenvoudig, zo illustreert onderstaande passage uit een brief van dezelfde Commissaris des Konings aan de minister van Binnenlandse Zaken.

 

“ […] Dit zou een persoon moeten zijn, die in de nabijheid van het strand woont, doch deze behoren meestal tot de mindere klasse en van zodanige personen is het op enkele uitzondering na, bezwaarlijk te onderstellen dat hunne maatschappelijke positie van dien aard zoude zijn, dat zij berekend zijn voor de aan de strandvonderij verbonden administratieve werkzaamheden […]”

 

Gelukkig vond men in vuurtorenwachter Van der Harst de juiste kwaliteiten. Hij werd de eerste strandvonder van Scheveningen. Toen hij in 1899 met pensioen ging, volgde Arie Vrolijk hem op. Hij was een gerespecteerde ondernemer die sinds 1887 een zeil- en tentenmakerij in de haven had en scheepsbenodigdheden leverde. Hij vervulde het ambt tot zijn zoon Jacob Vrolijk hem opvolgde in 1913. In hun voetsporen traden Martinus Vrolijk (1937), Jaap Vrolijk (1978) en tot slot achter-achterkleinzoon Jaap Vrolijk (1999). Zij namen niet alleen het ambt over, maar bouwden ook de zeil- en tentenmakerij uit tot een van de grotere watersportwinkels van ons land.

Boter, wijn, olie en cognac

Het strandvonden kostte in het begin van de vorige eeuw de nodige tijd en energie. Met name in de Eerste Wereldoorlog spoelde er van alles aan. Vaten boter, balen kurk, kisten met olie, wijn, cognac en cacaobouter die niet werden gereclameerd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het gaandeweg minder. Goederen werden niet meer in wankele kisten op het dek vervoerd, maar in stevig verankerde zeecontainers, die niet zo gauw overboord slaan. Ook de navigatiemiddelen werden steeds geavanceerder, waardoor schepen minder snel in nood raken voor de kust.

Unieke traditie

Tegenwoordig is de functie van hulpstrandvonder dan ook een stuk relaxter. Jaap heeft sinds zijn officiële installatie in 1999 weinig te doen gehad. Maar hij is er nog steeds trots op het feit dat de taak al vijf generaties lang in de familie is. “Het is een unieke traditie die mooi parallel loopt met de continuïteit van ons familiebedrijf en symbolisch is voor onze verbondenheid met Scheveningen.”

Foto’s: PhotoLaP.nl

Pin It on Pinterest

Share This

Deel dit bericht