06 - 51 50 77 04 redactie@haveninzicht.com

Ontmoet de grazers en rovers van het zoute water

Spannend leven in en rond de haven…

Natuur in de haven? Misschien niet het eerste waar je aan denkt. Maar volgens Johan Apeldoorn barst het in Scheveningen van de spannende natuur. Hij gidst al 17 jaar in en rond de haven en zit vol met verhalen over het leven in de zee, aan de (rots)kust en in de duinen. Dit keer praat hij ons bij over de slakken van het zoute water.

Als je weet waar je op moet letten, vind je hem volop op de stenen van de havenhoofden: de schaalhoorn. Een slak met een huisje dat lijkt op een Vietnamees hoedje. Deze slakken zijn echte tuiniers. Een stukje rots van
25 bij 25 centimeter houden zij nauwgezet vrij van zeepokken, mosselen, oesters, wieren en allerlei andere indringers. De schaalhoorn is namelijk geïnteresseerd in de algen, die op een schoon stukje rots gedurende elk hoogwater een laagje vormen. Zolang hun tuintje onder water staat, begrazen zij dit algenlaagje met hun rasptong. De slakken worden zo’n 5 centimeter groot en aan hun kleine tuintje hebben ze genoeg om te overleven.

Rasptong met keiharde tandjes

Als hun tuintje bij laagwater droogvalt, stoppen zij met grazen en trekken ze zich terug op een vast plekje op hun rots, dat ze met hun rasptong passend maken bij de vorm van hun hoedje. Op deze rustplaats zuigen zij zich vast. Hun schelp moet goed aansluiten op het rotsoppervlak om te voorkomen dat vogels hun snavel tussen de rots en de schelp wringen en hen als maaltijd gebruiken. Het bijschaven van de rots lukt prima met de keiharde tandjes van hun rasptong.

Zoeken bij laag water

Een zonnige middag in februari was een uitgelezen moment om de schaalhoorn op te sporen. We hadden een periode van vier uur met erg laag water. Die laagwaterperiodes kan je opzoeken op de website getij.rws.nl van Rijkswaterstaat. Ik ging op stap met een fotograaf en de redacteur van dit blad. We struinden rond bij de stenen en de basaltblokken aan de binnenkant van het noordelijk havenhoofd. De tuintjes van de schaalhoorns vonden we gemakkelijk. Elke steen met een kale plek ter grootte van twee handen heeft een schaalhoorn als hoofdbewoner. Maar de slak is zó goed gecamoufleerd, dat een ongeoefend oog ze niet zomaar vindt.

 

Roofslakken

De schaalhoorn moet je goed zoeken, maar de alikruik, een andere vegetarische slak, is in groten getale aanwezig bij de havenhoofden. Naast deze twee vredelievende grazers komen in de zee ook bloeddorstigere slakken voor: roofslakken die zich tegoed doen aan andere dieren. Je ziet ze niet zo gauw in levende lijve, maar hun schelpen vind je wel op het strand. Met name de tepelhoorn, die goed herkenbaar is aan een naveltje in de wit-gelige schelp. Deze slak boort met zijn rasptong gaatjes in tweekleppige schelpen. Eenmaal doorboord, opent de schelp van het slachtoffer zich en begint de tepelhoorn aan de maaltijd. Als je goed zoekt, vind je altijd wel een paar schelpen met mooie ronde gaatjes.

“De wulk boort zijn rasptong diep in het vlees van zijn slachtoffer”

Pin It on Pinterest

Share This

Deel dit bericht