06 - 51 50 77 04 redactie@haveninzicht.com

Eindelijk herenigd in de Haagse duinen

Een lovestory…

Onze kust wordt bevolkt door twee soorten meeuwen: de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw. Heel lang geleden maakten ze deel uit van één happy family totdat hun wegen uiteengingen. Duizenden jaren waren ze van elkaar gescheiden totdat ze in onze Haagse duinen werden herenigd. Een heuse lovestory…

Meeuwen zijn dol op onze kust, waar de zee twee keer per dag voor een verse maaltijd van mossels, kokkels, krabbetjes en wormen zorgt. Vissersplaatsen zijn daarnaast extra geliefd vanwege het vele visafval. Deze brutale vogels storten zich verder op vuilnisbakken, patatbakjes en argeloze wandelaars met een broodje in de hand. De meeuw wordt dan ook door velen vervloekt. Dat is niet altijd zo geweest. Nog geen honderd jaar geleden werd de meeuw als broedvogel enthousiast verwelkomd in Den Haag. Natuurwachters beschermden hun broedgebied in de duinen zelfs. Zo gek was dat niet, want een nieuwe broedvogel in je omgeving is altijd leuk. Meeuwen zijn immers mooie vogels en ze waren toen nog niet zo brutaal. Pas in zeventiger jaren werden het ‘lastpakken’.

Afkomstig uit Canada

De zilvermeeuw komt oorspronkelijk uit het noordoosten van Canada en was een zogenaamde ‘verspreid broedende kustbewoner’. Kleine kolonies kwamen echter ook voor. Ze verzamelden hun voedsel hoofdzakelijk bij de kleine vissersgemeenschappen langs de kust van Canada en Noordoost-Amerika. De hoeveelheid visafval bepaalde de populatiedichtheid. Halverwege de negentiende eeuw migreerde deze meeuw in oostelijke richting. Mogelijk via Groenland, IJsland en de Deense eilandengroep Faeröer bereikten ze, al dan niet met behulp van schepen, de Hollandse kust. In 1910 is er sprake van een kleine kolonie (circa 125 paar) in de naar hen genoemde Meeuwenhoek, een duinvallei dicht bij de Wassenaarse Slag. De bijzondere nieuwkomers werden toen door jachtopzieners beschermd tegen eierrovers en meeuwenmeppers. De toenmalige vogelbeschermers waren erg trots op die vreemde Amerikanen.

“De eerste kolonie vestigde zich in 1910 in de Meeuwenhoek”

Ondergeschoven kinderen

De kleine mantelmeeuw komt ook uit Canada. Deze soort breidde zijn leefgebied echter uit in tegenovergestelde richting. Via de Beringstraat – de zeestraat tussen Amerika en Azië – en Siberië trokken ze in de richting van Groot-Brittannië en ons land. De kleine mantelmeeuw is iets kleiner dan de zilvermeeuw en onderscheidt zich van de zilvermeeuw door zijn donkerdere, leigrijze vleugels en gele in plaats van roze poten. De kleine mantelmeeuw kwam wat later in ons land aan. In 1926 werd er voor het eerst melding gemaakt van broedende kleine mantelmeeuwen op de Waddeneilanden. Na de Tweede Wereldoorlog vestigden zich enkele exemplaren tussen de zilvermeeuwen in de Kleine Pan, een gebiedje circa 200 meter zuidwestelijk van de Meeuwenhoek. Het ging slechts om enkele broedparen. De koloniebewakers waren zo enthousiast over hun aanwezigheid, dat ze de kleine mantelmeeuw bevoordeelden: ze legden de eieren van de kleine mantelmeeuw onder de zilvermeeuwen, waarvan ze de eieren juist verwijderden. Zo nam de populatie van deze soort op een onnatuurlijk manier in aantal toe. Grappig was dat sommige van deze ‘ondergeschoven kinderen’ later een paar vormden met zilvermeeuwen.

Uit elkaar gegroeid

De twee soorten vinden dus beide hun oorsprong in Noord-Canada. Na de laatste IJstijd, ongeveer tienduizend jaar geleden, kwam er een gigantisch ringvormig kustgebied rond de Noordpool beschikbaar voor de kustvogels. Hoe de meeuw vervolgens migreerde is niet helemaal duidelijk. Volgens het ene scenario kwamen er na de IJstijd twee sterk verwante soorten in Noord-Canada aan. De ene soort, de kleine mantelmeeuw, migreerde naar het westen en de andere soort, de zilvermeeuw, migreerde naar het oosten. Veel later kwamen ze elkaar in Noord-Europa weer tegen. In het andere scenario was er in het begin sprake van slechts één soort, zeg maar: de ‘basismeeuw’, die zich zowel naar het oosten als het westen verspreidde. De verspreiding ging heel langzaam en nam zoveel tijd in beslag, dat de beide takken uit elkaar evolueerden. De kring van hun verspreidingsgebied sloot zich uiteindelijk in onze tijd boven Europa. Een soort die zich op deze manier in tweeën splitst en elkaar uiteindelijk weer ontmoet, noemen we een kringsoort.

Eindelijk herenigd

Toen de zilvermeeuw en de kleine mantelmeeuw elkaar na duizenden jaren hier weer tegenkwamen, hadden ze elkaar veel te vertellen. Ze waren wel wat uit elkaar gegroeid. Je kunt je wel voorstellen hoe zo’n eerste date verliep.

De theorie dat de twee soorten een kringsoort vormen, wordt overigens niet door alle deskundigen onderschreven. Ik wil het niet beter weten dan die deskundigen, maar ik vind dat je een goed verhaal niet zomaar om zeep mag helpen. Ik hoop dat je nu met wat meer vertedering naar die schobbejakken kunt kijken. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je ze niet mag verwensen als ze een stukje kibbeling uit je vingers wegritsen, zoals ik zelf een keer meemaakte op het havenhoofd.

Johan Apeldoorn
Natuurgids IVN

Johan Apeldoorn

Johan verzorgt met zijn collega Chrit van Ewijk verschillende wandelingen van het IVN (ivndenhaag.nl). Je kunt Johan ook boeken voor een privérondleiding, wandeling of een lezing over het havengebied of de Zandmotor (Ter Heijde).

Neem contact op:

06 – 18 146 226 of johan.apeldoorn@ziggo.nl
W: www.johanapeldoorn.nl

Pin It on Pinterest

Share This

Deel dit bericht